N Natuurlijk, vrouwen, mannen, zijn wij gelijk van bloed, verdrijven wij tirannen met daden, als het moet.
E Europa voedt de monden van Schelde, Maas en Rijn; 'n delta deelt de gronden waar wij te zamen zijn.
D De Taal verbindt de vrijen in een land, onvervaard; het leven kan gedijen, is zo de woorden waard.
E Erken wat ons verenigt, geen dag bij wet verdeelt, wat echte nood echt lenigt, de staat van ons niet steelt.
R Regeren kan niet zonder 'n volk dat weegt en kiest; het is er op of onder, waar recht van macht verliest.
L Laat allen nu genieten, terwijl de branding druist, de kleuren niet verschieten van wat in harten huist.
A Als bomen in het landschap verschijnen wij door 't gras, als burgers in verwantschap verschoond van wat slechts was.
N Noordzee, kanalen, plassen, zijn onze horizon, en weiden en gewassen, de dorpen waar 't begon.
D De Taal verbindt de vrijen in een land, onvervaard; het leven kan gedijen, is zo de woorden waard.
E Europa voedt de monden van Schelde, Maas en Rijn; 'n delta deelt de gronden waar wij te zamen zijn.
N Natuurlijk, vrouwen, mannen, zijn wij gelijk van bloed, verdrijven wij tirannen met daden, als het moet.
[LINEAIRE,
EENMALIGE EN VOLLEDIGE LIEDVERSIE] [MP3-BESTAND, 2.55 MB, 2:47, v 63.12.1]
[CIRKULAIRE LIEDVERSIE AF
TE SPELEN MET LOOP-PLAY] [MP3-BESTAND, 2.15 MB, 2:21, v 63.12.1]
Het volledige Lied der Nederlanden bestaat uit elf strofen, waarvan er
acht uniek zijn. Het is
'n
akrostichon
met de letters van NEDERLANDEN als beginletters van de strofen.
De eerste drie strofen worden aan het einde van het lied herhaald in
omgekeerde volgorde.
De laatste twee (herhaalde) strofen kunnen eventueel weggelaten worden.
Of ze feitelijk geschikt zijn om gezongen te worden in 'n bepaald verband
of bij 'n bepaalde gelegenheid zal afhangen van de vraag of men met de
(enige) D-strofe dan wel met de eerste N-strofe wil eindigen, en van de
vraag of de naam Nederland (i.p.v. Nederlanden) als algemeen
genoeg ervaren wordt.
Elke vier regels in dit lied vormen samen 'n kruisrijmblok,
menigmaal verrijkt met alliteratie in een en dezelfde regel of tussen twee
opeenvolgende of overeenkomende regels. De kruisrijmblokken vallen samen
met de strofen. Elke regel bestaat uit of begint met 3 jamben.
Aan het einde van de eerste en derde regel van elk blok of strofe wordt 'n
onbeklemtoonde lettergreep toegevoegd, waardoor de betreffende zinnen of
zinsdelen steeds 13 lettergrepen lang zijn met 'n cesuur in het midden.
Ook de titel van het lied volgt dit patroon: hij bestaat uit 3 jamben,
aangevuld met een onbeklemtoonde lettergreep.
Hieronder volgt 'n auditieve analyse
van de verschillende strofen van het lied.
De beklemtoonde lettergrepen zijn in dit overzicht onderstreept. Te zamen
geven zij het metrum aan. De herhalingen van losse klanken of van groepen
van klanken zijn vet gedrukt.
Het spreekt vanzelf dat deze herhalingen het meest opvallen als de
lettergreep of een van de lettergrepen waarin ze voorkomen, beklemtoond is.
Alleen dan spreekt men van 'rijm', en alleen dan hoort men ook van
'alliteratie' te spreken.
Natuurlijk, vrouwen, mannen,
zijn wij gelijk van bloed,
verdrijvenwij tirannen
met daden, als het moet.
Regeren kan niet zonder 'n volk dat weegt en kiest;
het is er op of onder,
waar recht van macht verliest.
Europavoedtdemonden
vanSchelde, Maas enRijn;
'ndeltadeeltdegronden, waar wij te zamenzijn.
Laat allennu genieten,
terwijl debranding druist,
dekleurenniet verschieten
van wat in harten huist.
DeTaalverbindtdevrijen in een land, onvervaard;
het levenkan gedijen, is zo de woordenwaard.
Alsbomenin het landschap verschijnenwij door't gras, alsburgers in verwantschap verschoond vanwatslechtswas.
Erkenwatonsverenigt,
geen dag bij wetverdeelt, watechte noodechtlenigt,
de staat van ons nietsteelt.
Noordzee, kanalen, plassen,
zijn onze horizon, enweidenen gewassen,
de dorpenwaar 't begon.
Voor enige voetnoten bij Het Lied der Nederlanden wordt verwezen naar het
al eerder gepubliceerde
Gedicht der Lage Landen,
dat uit niet meer dan drie strofen bestaat en waarvan de eerste en derde
strofe gelijk zijn aan de eerste en derde strofe van dit lied. Wat melodie
en metrum betreft, zijn zowel dit lied als het Gedicht der Lage Landen en
Door Deze Taal verbonden
(een van drie taalakrostichons) varianten op het Chanson de Chartres,
d.w.z. het Autre chanson de la ville de Chartres assiégée par le prince
de Condé, 'n Frans lied, waarvan de melodie door Duitse
huursoldaten ongeveer 440 jaar
geleden meegenomen werd naar de Nederlanden.
(Daar lag het ten grondslag aan Wilhelmus van Nassouwe, een nieuw
Christelijk lied, eveneens 'n akrostichon.)